Waar Frederik zich mee bezighoudt

bevrijding

M’n moeder vroeg me afgelopen week of ik iets kon schrijven over vrijheid. Volgende week viert Nederland Bevrijdingsdag en dit nodigt uit om te reflecteren op wat vrijheid betekent. Ik denk dat dit de aanleiding was van m’n moeders vraag.

Ik weet nog niet wat ik precies ga schrijven. Gisteren heb ik in gedachten een paar lijnen geschetst, maar merkte op dat het al snel filosofisch theoretisch werd; beschouwingen over vrijheid in het maatschappelijk bewustzijn en vanuit de hoek van persoonlijke ontwikkeling. Toch wil ik juist m’n moeders vraag aangrijpen om er vanuit mijn persoonlijke beleving meer begrip in mezelf van te kweken. Wat betekent vrijheid voor mij?

Dat ik enerzijds mezelf bij vlagen zal tegenspreken en anderzijds af en toe filosofische uitdrukkingen zal gebruiken, zal onvermijdelijk zijn. Ik zal het mezelf toestaan, zodat ik vollediger kan zijn in m’n exploratie.

Als ik vrijheid voor de geest neem, dan zie ik nu drie verschillende soorten vrijheden in mijn leven. De aanwezigheid, en het gebrek ervan, laten me zien dat ik ‘relatieve vrijheid’ ervaar; vrij zijn vanwege iets. Ten tweede hoor ik vaak mensen spreken over de ‘vrijheid jezelf te zijn’, wat ik enigszins herken maar ook mezelf veel over afvraag. En als derde zie ik een intieme persoonlijke vrijheid, de ‘vrijheid te ervaren van wat is, zonder het te willen veranderen’. Dit zijn vast niet alle varianten van vrijheid, maar in mijn leven spelen deze een rol en zou ik bevrijdingsdag graag willen aangrijpen ze te vieren. Maar waar zie ik deze vrijheden precies in mijn leven?

Allereerst ‘relatieve vrijheid’. Ik bedoel daarmee de vrijheid die een relatie heeft met iets, afhankelijk is van iets. Het is dus niet relatief, als in ‘een soort van’ of ‘vergeleken met’, zoals bij ‘dat was een relatief goede tosti’.

Deze vrijheid staat niet op zichzelf, maar heeft iets anders nodig of juist het ontbreken aan iets. Zo heb ik meestal in de avond vrij van werk en voel ik me ook vrijer. Ook is mijn huis vrij van muizen (hoop ik) en, omdat dit eerst niet zo was, voelt dat ook als een bevrijding. En ben ik meestal vrij om wanneer ik wil chocola te eten, iets wat veel moeilijker was in Mexico, waar ze amper chocola verkopen. Deze vrijheid heeft te maken met rechten die ik heb, met toegang tot bepaalde dingen, en het ontbreken van dingen of mensen die restricties opleggen.

Een oorlog is zo’n restrictie. Een heel grote en verschikkelijke. Oorlogen beperken bewegingsvrijheid, vrijheid om te zeggen wat je denkt, vrijheid om te eten wat je wilt, te zien wie je wilt zien, en nog veel meer vrijheden. Althans, dat denk ik, want ik heb er nog nooit een meegemaakt. Volgens het nieuws is de huidige situatie met allerlei maatregelen om te voorkomen dat corona zich rap verspreidt hetgene wat na de Tweede Wereldoorlog de grootste bedreiging van onze vrijheid is geweest. Dus uit die ervaring kan ik een beetje putten, en uit de verhalen van anderen.

Die relatieve vrijheid is een gekke vrijheid. Je bent immers in een oorlog of in de huidige maatregelmaatschappij fysiek gezien vrij om ‘s avonds over straat te gaan met een groep van 6 mensen. Technisch gezien kan het, maar de consequenties maken dat het als een beperking wordt ervaren. Je doet het niet, want ‘het mag niet’ of ‘is gevaarlijk’ of ‘dan krijg ik een boete’.

Ik voel mezelf bijvoorbeeld beperkt om m’n goede vrienden aan te raken. Ze staan op 1,5 meter afstand en er zit niets dan lucht tussen ons in. En toch ervaar ik niet de vrijheid om ze een knuffel te geven. De vrijheid die we gaan ervaren als deze maatregelen weer versoepeld worden, is een relatieve vrijheid. De vrijheid ván de maatregelen. De vrijheid óm weer elkaar aan te raken zonder zorgen.

Het is een vrijheid die volgens mij vooral in de geest bestaat. En de ermee gepaarde beperking van vrijheid lijkt me dus vooral een beleving. Een gevoel. In deze voorbeelden is het een afspraak of zelfopgelegde beperking. Niet een feitelijke. Maar dat is niet zo, en geeft volgens mij vooral de luxe van onze, relatief, vrije samenleving weer.

Als je zit opgesloten, of jezelf buitensluit (zoals ik laatst met m’n auto deed), dan ervaar ik ook relatieve vrijheid. Ik ben ergens van beroofd. Ik heb geen toegang tot iets. Ik ben ruimtelijke beperkt. Zo ook met mijn lichaam. Die is maar tot een paar dingen in staat. Het kan bijvoorbeeld niet eens vliegen, pffff. Maar wel heeft het de vrijheid verworven, door training, om 360flips op een skateboard te doen.

Relatieve vrijheid kan dus abstract en concreet zijn. Ingebeeld en feitelijk. En volgens mij vieren we op bevrijdingsdag vooral deze vrijheid. Bevrijding van iets. Van overheersing, van hongersnood, van moord, van zorgen, van verlies, van beperking. Bevrijd om te reizen, om te praten, om te dansen, om contact te maken met vreemden, om nee te zeggen. Deze vrijheid is belangrijk en elke vorm van marteling laat zien hoe we snakken naar handelingsvrijheid. Of dat nou de kleine marteling is van een werkdienst binnenshuis terwijl het buiten mooi weer is, of de grote martelingen van WOII en huidige praktijken waar mensen onder leiden om bijvoorbeeld goedkope kleding te produceren.

Maar, zou je kunnen redeneren, dit heeft weinig te maken met de vrijheid jezelf te kunnen zijn. Althans, als je ‘jezelf zijn’ vooral ziet in HOE iemand iets doet, zoals ik het zelf zie. HOE iemand omgaat met een beperking staat los van de beperking. HOE iemand op een stoel zit, heeft weinig met de stoel te maken. Er zijn 10000 manieren om op een stoel te zitten en toch zitten mensen meestal op een karakteristieke manier zichzelf te wezen.

De schrijver ‘vrij’ van kantoor en ‘vrij’ karakteristiek zittend in 2017.

Filosofisch kan je dan vragen “Maar is dat een vrijheid? Is karakter niet iets wat de illusie van wil heeft en in feite niet vrij is, maar een soort automatisme?” Tja, die redenering kan worden gevoerd, maar dat wil ik hier uit de weggaan. Allereerst omdat ik mezelf beloofd heb niet te theoretisch te worden, en ook omdat ik zelf vind dat er iets wezenlijks verloren gaat als iedereen met dezelfde kleding, hetzelfde haar, met dezelfde geluiden, dezelfde parfum, op dezelfde manier op een stoel zou zitten. Niet alleen de relatieve vrijheid van bewegingsvrijheid, maar ook de mogelijkheid de kleur in het menselijk bestaan, de persoonlijkheid en het karakter, kan niet schijnen; is dan niet vrij.

Nu, ja ik ga mezelf een soort van tegenspreken, heb ik wel moeite om de ‘vrijheid jezelf te zijn’ te verdedigen. Veel te vaak hoor ik die woorden, maar zie ik dat iemand gewoon z’n zin wil of een eigenaardige hobby of gewoonte wil goedpraten. ‘Lekker jezelf zijn’ wordt dan opeens hard muziek draaien terwijl je je favoriete verslaving voortzet. Of uitstellen je administratie te doen omdat je even ‘jezelf wilde zijn’.

De diversiteit in onze kleurrijke maatschappij is een grote verering van deze vrijheid. Maar ook een verstopte. Volgens mij nemen we het voor lief, of beperken we hem vanuit ogenschijnlijke vrijheden zoals mode, aanzien, vriendelijkheid, fatsoen, et cetera. We zijn erg vrij om die ‘persoonlijke touch’ aan te leven te geven. En, hier komt het paradoxale, dat gebeurt vooral onbewust. Als ik naar mezelf kijk, dan is het typisch Frederik om iets te duiden op de manier dat ik dat doe. Anderen zullen het nog beter herkennen dan ikzelf, maar we weten allebei dat ik er niet bewust iets voor doe. Het gebeurt gewoon. Het is zelfs moeilijk te beperken. Stel je zou me gevangen zetten en toetsenbord ontnemen, dan nog duid ik die situatie op mijn eigenaardige manier. Ik zal bijvoorbeeld de ironie ervan inzien dat door de feitelijke beperking het verschil tussen relatieve vrijheid en vrijheid van karakter nog duidelijker wordt.

Waar ik persoonlijk dan ook veel van geniet is het herkennen van deze vrijheid. Ik zat net bij een vergadering waar ook emoties werden uitgewisseld. Mensen waren gepikeerd. Dat voelt niet fijn, er is ongemak. Maar ik geniet tegelijkertijd van de karakters. De overschreeuwer vs. de verongelijkte vs. de schouderophaler. Heerlijk. Allemaal een prachtige show van het spectrum van de menselijkheid.

Het maakt mijn leven beslist mooier dat ik heb geleerd ruimte te maken in m’n perceptie om deze vrijheid te herkennen en weten te onderscheiden van relatieve vrijheid. Het is de jus bij de (biologisch verantwoorde) gehaktbal. Zet twee mensen in een kamer, beperk hun relatieve vrijheid en je ziet een fontein van vrijheid in hoe ze ermee omgaan.

Maar, daar wil ik de criticus zeker gelijk in geven, dit is niet een vrijheid die we doen. Nee, dit is een vrijheid die alleen ontnomen kan worden, voor de rest stroomt hij uit zichzelf. Volgens mij is dit ook waarom ik soms vreemde gevoelens krijg bij mensen die hun karakter claimen als het resultaat van een persoonlijke training of hun eigen identiteit adoreren of theatraal aandikken. Zelf ben ik daar ook wel schuldig aan. Zo vind zelf m’n grappen ook soms wel heel grappig, en vind ik mezelf hartstikke slim en claim dat als iets wat ik ‘doe’, maar eigenlijk is daar natuurlijk niets van waar. Het stroomt. Goede humor stroomt en heeft timing die ver buiten bewuste handeling plaatsvindt.

Bevrijdingsdag lijkt vooral in het teken te staan van relatieve vrijheid, maar met bevrijdingsdag wil ik me graag herinneren dat ik de bevrijding van karakter een waardevol goed vind. Dat het mijn leven mooier kleurt en ik het graag vier.

Tijdelijk onderkomen van de schrijver ‘bevrijd’ van stedelijkheid in Mexico in 2017

De derde dan. Vrijheid om te ervaren wat er is. Als we de flow van de eerste, naar de tweede, naar de derde volgen dan zien we een pad wat steeds persoonlijker wordt, steeds meer door de persoon zelf wordt beleefd. De eerste, relatieve vrijheid, kan worden aangewezen. “Kijk, die straat is afgesloten. Daar kunnen we niet in.” De tweede is te bespreken, maar al minder feitelijk. “Zie je ook hoe zij zo rustig blijft als iedereen door elkaar praat?” De derde ligt volgens mij bijna volledig in de wereld van de persoon zelf. Niemand kan aanwijzen of iemand de huidige situatie in het nu ervaart en hoe diep en onverstoorbaar. Ik schrijf bijna, een correctie van mezelf zelfs, omdat ik soms wel heb gemerkt dat het voelbaar is of iemand aanwezig is of niet. Ik ben ook bij uitwisselingen geweest dat hierover wordt gesproken. Maar altijd alleen door mensen die zelf ook trachten te zijn met wat is.

De flow van de eerste, naar de tweede en naar derde wordt ook steeds paradoxaler. Het oppervlakte van vrijheid wordt steeds vanzelfsprekender, maar het ervaren steeds moeilijker. Misschien wel ómdat hij vanzelfsprekender wordt.

Ik ben namelijk wel eens in gesprekken beland waarin het ervaren van het nu als zo vanzelfsprekend wordt gezien, dat bij de ervaring zelf niet wordt stilgestaan. Het wordt voor lief genomen dat het nu wordt ervaren, zonder dat hier aandacht op wordt geschenen. “Natuurlijk ben ik in het nu, waar zou ik anders kunnen zijn. Het lichaam kan niet elders zijn dan hier nu.”

Ik ervaar dit niet zo. Ik ervaar een grote toename aan allerlei kwaliteiten waaronder ruimte en vrijheid op het moment dat ik besef dat ik hier nu ben. Die ervaring kan er daadwerkelijk zijn, net als hij kan ontbreken. Deze kwaliteiten worden verdiept naar mate de aandacht opmerkt waar dit hier en nu echt uit bestaat; naar mate ik ben met wat nu is.

Neem mijn typen nu. Feitelijk is er de indruk van de toetsen, het geluid en het verschijnen van letters op het scherm. Ik neem het waar. Het geluid vebreed naar geluid in de hele ruimte. Ik hoor de afzuiginstallatie. De adem van m’n vriendin naast me. En dat terwijl ik nog steeds typ. Tegelijkertijd merk ik op hoeveel ruimer en stiller m’n geest is geworden. Een eerdere, niet opgemerkte vernauwing, is verruimt, meer vrij geworden. Ook tegelijkertijd neem ik een onzekerheid waar. Een worsteling iets uit te drukken waarvan ik niet denk dat het uit te drukken is. Eerder was er de persoonlijke drang iets te beschrijven en een punt te maken. Niet eerder was ik me gewaar dat er ook iets aan twijfelde. Nu is er allebei. Beide vinden nu plaats. Iets wat kan verwoorden, schrijft. En iets wat bewaart, iets koestert. De moeiteloosheid van schrijven neemt toe. Niet langer denk ik eerst een zin half uit voordat ik schrijf. Er ontstaan zinnen terwijl ik schrijf. IK hoef niets te doen. IK ben met wat is. Maar, zo herinnert m’n geest me, er is de wens wel een coherent verhaal op te leveren. Ik wil de lezer meenemen in die derde dimensie van vrijheid. Maar hoe?

Hoe wordt deze vrijheid verworven? Geen bevrijdingsfestival kan de vrijheid geven te zijn bij wat is. Geen product, app, of boek. Zelfs geen cursus, healing of yoga kan dit veroorzaken. Het zijn met wat is, is volgens mij volledig afhankelijk van je eigen energie, intentie en aandacht. Het is volledig van jou. Niemand kan het je geven, maar ook niemand kan het je ontnemen. Alleen jij zelf.

Geen oproep of duiding van mij maakt dat jij nu jouw ervaring ervaart. Ik zou kunnen benoemen dat je nu iets leest. Misschien maak je de stap om het lezen in jou te ervaren voor wat het is. Niet alleen de gelezen woorden registreren en interpreteren, maar het lezen an sich te ervaren. Maar mijn woorden hierover zijn heel duidelijk niet hetgeen wat jou hiertoe aan kunnen zetten, dat kan alleen jouw aandacht. Besef je dat je nu leest? Hoe is dat voor je? En kan je daarvan getuige zijn, zonder het te willen veranderen?

Een door de schrijver bezochte plek voor ‘vrije’ bezinning in Berkel-Enschot in 2015.

Dat laatste, dat is volgens mij de essentie van deze vrijheid en het meest paradoxale. Waar de andere vrijheden juist leiden of voortkomen uit iets meer of beter kunnen doen (meer chocola!), is hier de bron het ‘afblijven’ van de ervaring. De vrijheid om te zijn met iets in mij, zonder dat ik wil dat het toeneemt, afneemt of blijft zoals het is. Echt de vrijheid te hebben om te zijn met iets zoals het is, zelfs met de verandelijkheid. Met angst, pijn, plezier, arrogantie, ontspanning, verdriet te zijn, zonder dat er iets van wordt gevonden of op wordt gereageerd. Een vrijheid verhuld in beperking. En de weg ernaartoe is aandacht. Ben ik eigenlijk wel bewust van wat er nu is? En kan de aandacht erop blijven rusten?

Bevrijdingsdag heeft voor mij vaker in het teken van aandacht gestaan. Ik herinner me een bevrijdingsdag, ik denk in 2014, dat ik met Bob naar Den Bosch ging. We zagen elkaar bij station Tilburg en we namen de stoptrein. In de trein belande ons gesprek op dit onderwerp. Wat is aandacht nou eigenlijk, vroegen we ons af. En hoe aandacht zelf situaties kon veranderen; een deur kon open zetten. In Den Bosch, nog steeds in hetzelfde gesprek, liepen we naar het festival. Een best lange wandeling, waarvan ik de helderheid nog steeds herinner. Daar aangekomen waren we nog steeds in gesprek, wat eerder een gezamenlijke meditatie genoemd kan worden. We liepen het veld op. We keken om ons heen, hoorden het geluid en voelden onszelf daar staan. We keken elkaar aan en draaiden om. “Volgens mij hoeven we hier niet te zijn.” Een gek maar volledig juist besluit. Niet dat dat altijd juist is om te doen, of dat er wat mis was met die plek of het festival, nee. De aandacht voor het boeiende gesprek dicteerde het simpelweg. De flow van het nu en aandacht, vrijheid, stroomde richting het gesprek. Het was een feit.

En zo is de paradox compleet. De meest vage abstracte onvatbare dimensie van vrijheid kan persoonlijk beleefd worden als een feit. Zijn met wat is. Een vanzelfsprekende vrijheid die geen vrijheid lijkt, of zelfs al geclaimt wordt zonder hem te ervaren. Maar een vrijheid blijkt die verworven wordt door een groot goed in de menselijke wereld: aandacht.

Bevrijdingsdag zal dit jaar speciaal zijn. 75 jaar geleden was Nederland geheel bevrijd van een verschrikkelijke oorlog. Nog weinig mensen die dat bewust meemaakten zijn nog in leven. Dit jaar beleven we die viering terwijl de relatieve vrijheid om samen te komen ontnomen is. We zullen ieder onze persoonlijke draai aan deze dag geven. De een zal hier meer dan een ander zijn karakter in door laten schijnen. De een is door trauma’s beperkt tot pessimisme, de ander toont een joligheid om zijn verlies aan contact te verbergen, weer iemand anders belt een goede vriend in zwaar weer en staat hem rustig te woord.

Iedereen in leven zal 5 mei meemaken. Maar enkelen zullen zichzelf de vrijheid gunnen hun aandacht te bewaren voor wat is. Misschien dit jaar wel meer dan anderen. Het gebrek aan alcohol en harde muziek leidt de aandacht misschien wat minder af. En wellicht zal die aandacht voor een paar momenten op het zelf en het nu worden gericht. En daarmee de processen laten afspelen en onder ogen te komen die voor de innerlijke neus liggen. Te aanvaarden wat is. Niets groter, kleiner, fijner of vervelender maken, en tegelijkertijd toe te staan dat alles deinst op de golven van creatie. Wie weet waartoe je wordt bevrijd…

Next Post

1 Comment

  1. Jeroen Verdonck April 29, 2020

    Opnieuw een mooi onderwerp om over te filosoferen bij een kampvuur. Ik kijk er naar uit maar wanneer zal de gelegenheid zich weer voordoen. Overigens ben ik van mening dat de ultieme vrijheid alleen in je eigen hoofd bestaat; althans dat denk ik op dit moment.

Leave a Reply

© 2020 Theuwis.nl

Theme by Anders Norén